De simulatiehypothese

De simulatiehypothese

de symulatie hypothese

In ons huidige digitale tijdperk beginnen natuurkundigen een correlatie te zien tussen onze wereld en de virtuele wereld. Door bepaalde natuurkundige experimenten uit te voeren bekomen de wetenschappers zeer eigenaardige resultaten. Bepaalde wetenschappers concluderen dan ook dat onze wereld geen objectieve wereld is. Maar dat de wereld naar voren treedt uit iets anders, iets dat niet uit materie bestaat zoals we die kennen en dat buiten onze zintuigen is.

Materialisme vs Idealisme

220px-Hendrick_Bloemaert_Democritus.jpg

Ieder wetenschappelijk onderzoek baseert zich op een filosofische positie. Hierbij wordt er gebruik gemaakt van 2 filosofische ideeën waaruit verschillende wetenschappelijke benaderingen gebeuren.

Al sinds het Griekse tijdperk hadden de Griekse filosofen basisideeën van het atoom. En ze gebruikten die ideeën om uit te leggen hoe onze realiteit in elkaar zat. Daarbij ontstonden er 2 verschillende theorieën die elkaars tegenpolen zijn, namelijk materialisme (Democritus) en idealisme (Plato).

Democritus zei dat alles bestaat omdat alles uit atomen samengesteld is dus is alles onafhankelijk van ons zelf, zelfs als jij er niet bent. Vandaar ook dat het materialisme heet. Als je deze logica volgt betekent dat onze bewustzijn te verklaren is door fysieke processen in onze hersenen. Plato zei net totaal iets anders namelijk dat het onderliggende principe van onze wereld te verklaren is door abstracte mentale beelden. En zo objecten hun eigenschappen krijgen en niet door atomen. Door deze logica te volgen kan je ervanuit gaan dat alles primair bestaat door je bewustzijn. Alles begint met een bewustzijn en er is een gedachte achter alles wat we ervaren als fysieke materie. Net zoals in een droom waar je gedachte een fysieke wereld voor jou maakt.

Dr. Brian Whitworth.

s200_brian-whitworth

Dr. Brian Whitworth (PhD, Universiteit van Massey ) nam de simulatiehypothese (idealisme, dat onze universum virtueel samengesteld is en hangt af van het verwerken van informatie buiten tijd en ruimte) en vergeleek het met materialisme. Hij verzamelde alle feiten van de experimentele resultaten en vroeg zich welke theorie het best deze resultaten verklaard. Tot conclusie kwam hij dat de data veel meer overeen kwam met de simulatiehypothese.

Big Bang

ti_024015800_1425014884-universe-timeline

Het probleem begint hij de big bang. Materialisme zegt dat alles bestaat als een objectieve onafhankelijke realiteit. Het feit dat alles uit niets kwam is heel moeilijk uit te leggen vanuit het materialistisch standpunt. Hoe kan alles vanuit niets komen ? Maar dat kan je uitleggen door de simulatiehypothese. Als je het universum ziet als een virtuele construct. Dan werkt het big bang-model perfect. Net zoals een computer begint het vanuit een nul toestand, is onze virtuele realiteit begonnen vanuit een nul toestand. Een computer moet altijd vanuit een nultoestand vertrekken om te kunnen starten. Voordat een computer gestart wordt is er ook geen tijd en ruimte in de virtuele wereld van de computer.

De snelheid van het licht

light-streaks.jpg

De natuur heeft een limiet en die is de snelheid van het licht. Onze wereld is daardoor beperkt op het vlak van snelheid van het licht. We kunnen niet sneller zijn dan het licht. Dat zou ook zo zijn in een virtueel universum waarin we leven. Je wereld is dan beperkt door de hardware waarop je universum draait.

Identieke deeltjes

original

In een virtuele wereld is ieder object een identieke deeltje van elkaar omdat het geprogrammeerd is door dezelfde code. Dat betekent dus dat ieder gekwantiseerd deeltje hetzelfde is in een virtuele wereld. Net zoals in onze echte wereld waar de atoom deeltjes hetzelfde van elkaar zijn en dus ook gekwantiseerde deeltjes zijn. En ook dezelfde eigenschappen krijgen omdat ze door dezelfde programma geschreven zijn.

Dit is in een notendop uitgelegd, maar wie heeft deze blog geschreven over onze “gesimuleerde realiteit” ?